Het antwoord is verrassend duidelijk: ja, dat mag gewoon. In Nederland is er geen verbod op het laten draaien van je motor tijdens het ijskrabben. Je kunt zelfs een boete krijgen als je het niet doet.
Rijden met bevroren ruiten kost je flink wat geld
Waar je wel een boete voor krijgt, is rijden zonder voldoende zicht. Ben je onderweg met besneeuwde of bevroren ruiten, dan kan de politie een boete tot 300 euro uitschrijven. En dat is nog niet alles.
Ook slecht zicht naar achteren door bevroren buitenspiegels levert een bekeuring van 180 euro op. Tel je dat bij elkaar op, dan kun je voor 480 euro aan boetes krijgen. Krabben met draaiende motor lijkt ineens een stuk aantrekkelijker.
De wet is op dit punt helder: je bent verplicht om voldoende zicht naar voren en opzij te hebben als je rijdt. Doe je dat niet, dan is dat levensgevaarlijk en duur.
Waarom experts het toch afraden
Hoewel het mag, raden experts het af om je motor stationair te laten draaien tijdens het krabben. De reden is tweeledig: het is slecht voor het milieu én voor je motor. Volgens de ANWB zijn de uitlaatgassen van een koude motor de vuilste die er zijn.
Een stationair draaiende motor warmt ook langzaam op omdat hij bijna geen inspanning hoeft te leveren. Dit kan leiden tot snellere slijtage van motoronderdelen. Je motor heeft beweging en belasting nodig om goed op temperatuur te komen.
Het gangbare advies is daarom: eerst alle ruiten krabben, dan starten en meteen wegrijden. Zo beperk je de uitstoot en help je je motor beter opwarmen.
Het dilemma van beperkt zicht
Dat advies heeft echter een belangrijk nadeel. Als je eerst krabt en dan meteen wegrijdt, heb je de eerste paar honderd meter vaak nog niet optimaal zicht. De ontwaseming heeft tijd nodig om op gang te komen en de voorruit helemaal helder te krijgen.
Dit creëert een veiligheidsprobleem dat vaak over het hoofd wordt gezien. Je ruilt dan milieuvoordeel en motorvriendelijkheid in voor tijdelijk beperkt zicht tijdens het rijden.
Bij extreem hardnekkig ijs kan krabben zonder hulp van de ontwaseming bovendien betekenen dat je veel langer bezig bent en uiteindelijk toch niet alle ijs wegkrijgt.
De praktische afweging
In de praktijk draait het om een afweging tussen verschillende nadelen. Motor laten draaien tijdens krabben zorgt voor meer uitstoot en langzamere opwarming, maar geeft je wel perfect zicht vanaf het moment dat je wegrijdt.
Eerst krabben en dan starten is beter voor milieu en motor, maar kan je de eerste kilometers met suboptimaal zicht opzadelen. Bij dun ijs werkt deze methode prima, bij dikke ijslagen wordt het lastiger.
De gulden middenweg ligt waarschijnlijk bij het zo kort mogelijk laten draaien van de motor tijdens krabben, net genoeg om alle ijs weg te krijgen en daarna meteen wegrijden. Zo minimaliseer je zowel de uitstoot als het veiligheidsrisico van beperkt zicht onderweg.







