Toch 8 procent meer hulpvragen verwacht
Ondanks die dalende vakantiedeelname raamt de ANWB voor deze zomer zo'n 8 procent méér hulpvragen bij de alarmcentrale dan vorige zomer. En die vorige zomer was al druk: op de piekdagen kwamen er tot 15.000 meldingen op één dag binnen, onder meer rond zwarte zaterdag begin augustus. Een stijging van 8 procent bovenop dat getal is dus niet niks.
Meer meldingen bij exact dezelfde capaciteit betekent in de praktijk één ding: langere wachttijden. In de zomer van 2025 liepen die op de drukste dagen al op tot enkele uren langs de kant van de weg. Met de verwachte toename wordt de kans reëel dat dit jaar nog minder snel iemand naast je staat.
Minder vliegvakanties, meer auto's op de weg
Dan de logische vervolgvraag: hoe kan het dat er minder vakantiegangers zijn, maar wél meer pech? Het antwoord zit in de verschuiving in hoe mensen reizen. Uit dezelfde Vakantiemonitor blijkt dat een meerderheid van de reizigers dit jaar bewust kiest voor een vakantie binnen Europa, en vaker met de auto dan voorheen.
Dat is een rechtstreeks gevolg van de gestegen vliegticketprijzen. Minder vliegvakanties schuiven door naar autovakanties binnen Europa, en dat betekent simpelweg dat een groter deel van de vertrekkende vakantiegangers ook écht de weg op gaat. Meer auto-kilometers rijden logischerwijs meer kans op autopech mee.
Wat dit voor jou betekent als je dit zomer rijdt
De combinatie is dus helder: minder vakantiegangers in totaal, maar een hogere concentratie van automobilisten op de weg, en een alarmcentrale die het drukker krijgt dan ooit. Voor wie deze zomer richting Zuid-Europa rijdt, is het verstandig om rekening te houden met een langere wachttijd als er iets misgaat, zeker op en rond de bekende piekmomenten.
Het meest solide inzicht uit deze cijfers is eigenlijk dit: het totale aantal vakantiegangers zegt steeds minder over de druk op de weg, en steeds meer over de samenstelling van die resterende groep telt.







