In Japan rijden deze compacte stadsautootjes al tientallen jaren rond. En met succes: bijna 40 procent van alle nieuwe auto's die daar worden verkocht valt in deze categorie. Het geheim? Een combinatie van soepelere regelgeving en slimme belastingvoordelen houdt de prijzen laag.
De EU wil dit concept nu naar Europa halen. Het doel is helder: Europese autofabrikanten moeten weer betaalbare instapmodellen kunnen maken om de concurrentie met Chinese merken aan te gaan. De focus ligt daarbij op elektrische auto's die in Europa worden geproduceerd.
Autofabrikanten denken anders over de oplossing
De grote Europese autoconcerns zoals Renault en Stellantis (moederbedrijf van onder meer Peugeot en Citroën) steunen het idee van goedkopere auto's. Maar ze zien de uitwerking net even anders. Ze willen niet alleen elektrische auto's maken, maar pleiten juist voor versoepeling van het geplande verbod op benzine- en dieselauto's na 2035.
Hun argument? Een totaalverbod op verbrandingsmotoren is volgens hen niet realistisch zolang er geen betaalbare elektrische alternatieven zijn. De timing van het EU-voorstel laat zien hoe urgent het probleem is.
Veiligheidsregels worden mogelijk versoepeld
De exacte details van het plan moeten nog worden uitgewerkt. Wel wordt er al gesproken over het versoepelen van bepaalde veiligheidseisen. Ook wil de EU kijken naar de totale CO2-uitstoot van een auto, in plaats van alleen wat er uit de uitlaat komt.
EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen benadrukt het belang van dit initiatief voor de Europese economie. De auto-industrie is volgens haar een cruciale sector die miljoenen banen oplevert.
Von der Leyen blijft wel vasthouden aan een elektrische toekomst: "De toekomst van de auto is elektrisch, en die auto moet in Europa worden gemaakt." Of er in het definitieve plan toch ruimte komt voor compacte auto's met een verbrandingsmotor, moet nog blijken.







